Bloembollensector kent goed jaar, toekomst brengt vraagtekens

Door


'Het gaat niet slecht, maar ook niet zorgeloos'

2015 was een goed jaar voor de bloembollentelers. Volgens ramingen van het onderzoeksinstituut LEI Wageningen UR bereiken de inkomens van 2015 een hoogtepunt sinds 2001. Henk Westerhof, voorzitter van brancheorganisatie Anthos voor handelsbedrijven in bloembollen, vond 2015 ook niet slecht. ,,De export groeit en er worden nieuwe markten aangeboord in het buitenland. Maar er zijn ook zorgen. Zo zitten consumenten bijvoorbeeld minder op de knieën om zelf bloembollen te planten.

Anthos (opgericht op 4 februari 1900) vertegenwoordigt 85 procent van de wereldhandel in bloembollen en ook 60 procent van de handel in de boomkwekerijsector. De organisatie waar Westerhof preses is, is onlosmakelijk verbonden met de bloembollensector.

Een sector positieve ontwikkelingen kent, volgens LEI Wageningen UR (Landbouw Economisch Instituut Wageningen Universiteit en Researchcentrum). Het instituut raamt de gemiddelde inkomens per onbetaalde arbeidsjaareenheid voor 2015 tussen de 110.000 en 120.000 euro. Ter vergelijking: op een dieptepunt in 2008 was dit nog een negatief bedrag 15.000 euro.

Het instituut zegt dat de inkomensgroei te danken is aan de goede prijzen voor de lelie- en tulpenbollen. Dat zijn ook verreweg de belangrijkste graadmeters. Tulpenbollen en leliebollen nemen – respectievelijk met bijna 11.000 hectare en bijna 5000 hectare – een belangrijk deel van het totale Nederlandse areaal waarop bloembollen wordt gekweekt van ongeveer 23.500 hectare voor hun rekening. Andere grote soorten zijn narcissen (1500 hectare), hyacinten (ruim 1300 hectare) en gladiolen (bijna 800 hectare).

Hoewel door het wegvallen van de productschappen (deze werden 2015 opgeheven) exacte cijfers ontbreken over de export, ziet Westerhof wel een stijging. ,,Het is een grove schatting, maar ik denk dat we tegenwoordig voor ongeveer 700 miljoen euro exporteren. Tegenover 600 miljoen een paar jaar geleden. Er zit sowieso groei in'', stelt Westerhof. Die vooral in de export nog kansen ziet. ,,

Met name in het Oosten zien we groei. We exporteren sinds kort 250 miljoen lelies naar China, in Japan zijn we al wat langer vertegenwoordigd. Maar ook in landen als Taiwan, Zuid-Korea en India krijgen we voet aan de grond. Daarnaast zien we ook groei in Zuid- en Midden-Amerika.''

Noord-Amerika, Duitsland en Groot-Brittannië voeren de traditionele top-3 van landen waar naar toe wordt geëxporteerd nog wel aan. ,,Maar de top-10 is de laatste jaren behoorlijk veranderd'', weet Westerhof. ,,Zo hebben China en Japan ook een plekje gekregen.''

Voor 2016 durft Westerhof geen voorspellingen te doen. ,,Of het weer een aardig jaar wordt, weet ik niet. Dat hangt van veel elementen af. Denk onder andere aan weersomstandigheden, nieuwe wetgeving, de vraag van consumenten en valutakoersen'', vertelt hij. ,,Ook is er wel sprake van prijsdruk. Ik voorzie dat het soms lastig kan gaan worden om de bollen voor een goede prijs te kunnen blijven verkopen.''

Helemaal omdat de verkoop aan consumenten lijkt af te nemen. ,,Wellicht had de economische crisis hier mee te maken. Maar we denken ook dat mensen minder tijd nemen om zelf in de tuin aan de gang te gaan. We zien daar een daling. Aan de andere kant is in landscaping – het gebruik van bloembollen in openbare gebieden zoals bijvoorbeeld parken en rotondes – wel weer een groeiende vraag.''

Tegenwoordig vindt zo'n 65 procent van de bollen hun weg naar broeiers die de bollen opplanten, verwerken en daarna verkopen. Voorheen was dit 50 procent. ,,Daar zit wel een punt van zorg. Want het andere deel van de bollen ging direct naar de consument of naar landscaping. Daar zit dus wel een forse daling. Die daling zit echt bij de consumenten. We moeten proberen dat tij te keren'', meent Westerhof. Die aan de andere kant de exportontwikkelingen als positief omarmt.

,,De groei die daar nu gaande is, zie ik nog wel even doorgaan. Het voordeel is dat ongeveer 65 procent van de export buiten de EU is. De risico's zijn mondiaal verspreid. Dat biedt de sector op dit moment een solide basis waarmee we eventuele klappen redelijk kunnen opvangen.''