Verzilting treft de land- en tuinbouw in het hart

Door Annet Terpstra


LTO bestuurders uit de provincies Noord- en Zuid-Holland vrezen voor de toekomst van de zoetwatervoorziening voor de land- en tuinbouw door toenemende verzilting. Zij vragen hiervoor serieuze aandacht bij minister Schultz van I&M.

Volgens Kees Stoop, provinciaal bestuurder LTO Noord-Holland levert het zout levert grote schade aan gewassen en vooral aan kapitaalintensieve teelten. “Denk daarbij aan zaadgoed, pootaardappelenteelt, bollenteelt, groententeelt, boomteelt en sierteelt. Deze worden onder andere geteeld in de Greenports en Seedvalley in het Westen”, aldus Kees Stoop. “Juist deze teelten hebben een hoge economische potentie en leveren een aanzienlijke bijdrage aan de totale exportwaarde van de agrarische sector. Jaarlijks levert de export door de Nederlandse landbouw een bedrag van 84 miljard euro op. Verzilting van de gebieden in het westen raakt de sector daarom in het hart!”

De toenemende verzilting speelt al vanwege de bodemdaling en zeespiegelstijging, vanwege het zout uit de diepere grondlagen en minder zoetwateraanvoer door klimaatverandering. Zoetwaterbuffers zijn daarom van heel groot belang om voldoende zoetwater aan te blijven voeren en de schade te beperken, nu en in de toekomst. LTO heeft de Bestuursovereenkomst Zoetwater West-Nederland mede ondertekend om gezamenlijk met de waterschappen en provincies te werken aan een duurzaam zoetwatersysteem. Voorzitter Arie Verhorst van het provinciaal bestuur Zuid-Holland geeft aan dat tegelijkertijd t Rijkswaterstaat allerlei grootschalige ingrepen in het hoofdwatersysteem toestaat. “De Nieuwe Waterweg wordt bijvoorbeeld verdiept, de zeesluizen bij IJmuiden worden vergroot, bij Den Helder wordt de Kooyhaven aangelegd en de Haringvlietsluizen worden op een kier gezet. Deze ingrepen dragen nog verder bij aan de verzilting van het systeem én de zoetwaterbuffers, welke we zo hard nodig hebben”, aldus de provinciale voorzitter.

Mogelijke oplossingsrichtingen als Plan Spaargaren (sluizen in de Nieuwe Waterweg), profielverkleining of stuwen zijn onvoldoende onderzocht of worden voorlopig weggeschoven als niet ‘kosteneffectief’. Zonder maatregelen in het hoofdwatersysteem is de inzet van de waterschappen echter niet toereikend om klimaatinvloeden op te vangen en wordt de land- en tuinbouw in West-Nederland hard getroffen en beperkt in haar ontwikkeling. Arie Verhorst: “De Nederlandse land- en tuinbouw is één van de meest energie- en waterzuinige ter wereld. Daarnaast wordt door klimaatverandering de wereldvoedselproductie een nog groter probleem in de toekomst, terwijl de wereldbevolking toeneemt. De minister moet zich dit wel realiseren alvorens ze beslissingen met onomkeerbare schade als gevolg maakt.” De LTO bestuurders vragen de minister om eerst de verzilting van het systeem en de zoetwatervoorziening goed in beeld te brengen, oplossingsrichtingen aan te dragen en voorlopig geen grote ingrepen in het watersysteem goed te keuren. Hiermee sluiten ze zich aan bij de brief, die vorige maand vanuit LTO Nederland naar de minister is gegaan over de zorgen omtrent de verdieping van de Nieuwe Waterweg.