Weidevogels in de reservaten van Landschap Noord-Holland in West-Friesland

Door Roelf Hovinga


In het centrale deel van West-Friesland beheert Landschap Noord-Holland (LNH) circa 440 hectares natuur, verdeeld over een twintigtal terreinen. Hiervan is circa 400 hectare in meer of mindere mate geschikt voor weidevogels en heeft veelal ook een weidevogeldoelstelling. De overige 40 hectare betreft kleiputten, moerasterreintjes en archeologisch waardevol grasland. Met name in het kader van de recent afgeronde “Ruilverkaveling De Gouw” zijn extra hectares aan LNH toebedeeld ter compensatie van landbouwintensivering en daarmee gepaard gaande achteruitgang van natuurwaarden in het omringende reguliere boerenland. Voorts zijn door het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier een aantal droge en natte waterbergingen ingericht en in beheer gegeven aan LNH. Het overgrote deel van de terreinen is verpacht aan lokale agrariërs. In overleg tussen LNH en de desbetreffende pachter wordt het beheer zoveel mogelijk afgestemd op de wensen van weidevogels. Zo wordt er bijvoorbeeld alleen bemest met ruige stalmest (en dan nog in kleine hoeveelheden), wordt er niet voor 15 juni gemaaid en vindt beweiding alleen plaats in lage dichtheden (in de broedtijd maximaal 1,5 Grootvee-eenheid per hectare). De kleigrond van West-Friesland is van oudsher geen regio die bekend staat om z’n indrukwekkende aantallen weidevogels, zoals dat bijvoorbeeld in de veenweidegebieden van Waterland het geval is. Daarvoor zijn grote delen van het gebied te goed ontwaterd, in gebruik als akkerbouw en/of besloten van aard. Toch kwamen én komen met name in de opener graslandgebieden plaatselijk redelijke aantallen van de minder kritische soorten weidevogels voor. De realisatie en recente uitbreiding van graslandreservaten in West-Friesland door LNH heeft er toe geleid dat de aantallen weidevogels in deze reservaten aanzienlijk zijn gestegen. Anno 2013 broeden hier circa 100 paar Scholeksters, 155 paar Kieviten, 200 paar Grutto’s en 100 paar Tureluurs. Noemenswaardig zijn voorts de aantallen van soorten als Slobeend (35), Zomertaling (4), Krakeend (50), Kuifeend (75), Tafeleend (18) en Gele Kwikstaart (15). Met name door de aanleg van waterbergingen komen ook aanzienlijke aantallen paren van soorten als Kluut (100) en Visdief (85-160) voor. De toename van het aantal territoria weidevogels is te verklaren door verbeterde terreinomstandigheden. Met name peilverhogingen, de kap van bosjes, aanleg van plas-drasgebiedjes en de sterke uitbreiding van het aantal hectares hooiland zijn hierbij effectief gebleken. Het overgrote deel van de hectares wordt beheerd als hooiland, waarbij niet voor 15 juni wordt gemaaid. Het is daarom geen toeval dat juist de soorten die gebaat zijn bij laat gemaaid, structuurrijk grasland (Slobeend, Grutto & Tureluur) sterk zijn toegenomen, terwijl de aantallen van liefhebbers van een kortere grasmat (Scholekster & Kievit) schommelen of in ieder geval veel minder sterk stegen. Door het sterk terugdringen van de bemesting worden deze hooilanden bovendien steeds structuurrijker en dus geschikter als kuikenland. Voorts blijken de schrale graslanden in de ingerichte waterbergingen in trek bij broedende weidevogels, terwijl de hier aanwezige ondiepe, voedselrijke waterplassen met name voorafgaand aan en na het broedseizoen van belang zijn voor bijvoorbeeld groepen Slobeenden, Kieviten en Grutto’s. De verspreid door het Westfriese land gelegen blokken hooiland van Landschap Noord-Holland hebben ongetwijfeld bijgedragen aan de nu nog stabiele stand van bijvoorbeeld de Grutto in regulier boerenland. Bij alarmtellingen worden in de meeste LNH-terreinen jaarlijks steevast fiks meer alarmerende paren Grutto’s en Tureluurs geteld dan er tot broeden komen. Als er op regulier boerenland gemaaid wordt verhuizen weidevogelgezinnen op grote schaal naar de reservaten van LNH. De komende jaren zal ingezet worden op verdere optimalisatie van de omstandigheden voor weidevogels. Met name plaatselijke peilverhoging, structuurverbetering van de grasmat en aanleg van plas-drasterreintjes behoren tot de mogelijkheden. Vooralsnog is de ontwikkeling in West-Friesland in ieder geval hoopgevend! Roelf Hovinga Landschap Noord-Holland